FIV – ELISA

Deze keer niet een leuk en gezellig kattenverhaal. De schrik sloeg ons om het hart toen na een ELISA test voor Ketut, omdat ze gedekt mocht worden, positief uitsloeg. Dat kon niet! Nooit buiten met vreemde katten in aanraking geweest. Test nog een keer, (met hetzelfde bloed) ja hoor positief. Dan moeten alle katten getest worden, Siam, Ebony, stoute Saar, alle drie negatief. Als slot moeder Chanel nog en wat blijkt, ook zij positief! Hier begrepen wij, noch onze dierenarts, iets van. Moeder was altijd negatief getest, net zoals de dekkaters waar ze bij geweest was. Maar je hele wereld stort in, daar gaat je cattery, da’s verdriet hoor.

Gelukkig was onze dierenarts zo bij de pinken en stuurde ons met vers bloed van Ketut en Chanel naar het laboratorium EVL Woerden welk deze ELISA testen levert. Hij had hier eerst mee gebeld en dit zo afgesproken. Zal je een dierenarts hebben die heilig in deze ELISA geloofd zeg, dan ben je dus mooi in de aap gelogeerd, want uit de mail van EVL blijkt dus dat na andere onderzoeken Ketut en Chanel negatief zijn, terwijl de test dus wel een reaktie aangaf. Dit komt zelden voor. Zie onderstaand rapport.

Dat wij dit graag gepubliceerd willen hebben, mag dus duidelijk zijn, ga dus niet altijd af op de ELISA maar laat aanvullende testen doen. Uiteindelijk was de conclusie van EVL dat de katten een bacteriële infectie hadden welke de ELISA test deed uitslaan naar positief. We hopen dat we hier andere mensen met dit verhaal hebben kunnen helpen via onder meer deze publicatie en het zetten van de mail op Internet.

Hans en Dona van Hati Saya.

Mail van EVL Woerden aan Cattery Hati Saya te Reeuwijk:

Betreft: Uitslag laboratorium FIV onderzoek

“Quote”

Het FIV Verhaal (“Feline Immunodeficiency Virus”)

Het “Feline Immunodeficiency Virus” behoort tot de groep van Lentiviridae en werd in 1986 ontdekt door Dr. Nels Pedersen van de “University of California”. Sindsdien is er erg veel onderzoek gedaan aan de diagnostiek en pathogenese.
FIV infecties komen wereldwijd voor. Beschreven prevalenties variëren van 1-15% bij gezonde dieren en 3-40% bij zieke dieren.
Uit in Nederland verrichte studies blijkt dat bij 1% van gezonde dieren FIV kan worden aangetoond en bij 8% van de zieke dieren. Het hoogste percentage positieve dieren wordt gevonden bij vrij rondlopende katers.
Het virus wordt voornamelijk verspreid via vecht- en bijtwonden. Ook kan transmissie van moeder naar “kitten” gedurende de prenatale periode optreden.

Na infectie met het FIV doorloopt het geïnfecteerde dier een aantal ziekte stadia (4-5 fasen worden onderscheiden).
In de eerste fase ontstaat een persistente infectie, waarvan de dieren normaal gesproken weer herstellen. Hierna volgt een asymptomatische fase van enkele jaren waarin de dieren geen klinische verschijnselen vertonen. Deze periode kan zeer lang zijn (>4jaar). Deze tweede ziektefase gaat langzaam over in een derde fase welke gekenmerkt wordt door vage, algemene klachten, verminderde eetlust en recidiverende koorts. Naarmate de tijd vordert en de ziekte terrein wint neemt de functie van het immuunsysteem verder af en verschijnen er allerlei opportunistische infecties, met name aandoeningen aan de luchtwegen en darmen worden vaak waargenomen evenals neurologische verschijnselen.

Diagnostiek
Bij het vaststellen van FIV infecties wordt over het algemeen gebruik gemaakt van de detectie van virus specifieke antilichamen. Antigeen detectie is wel mogelijk maar brengt een aantal complicaties met zich mee en is daarom niet geschikt voor routinematig gebruik. Bij de meeste dieren geïnfecteerd met FIV ontwikkelen zich na 3-6 weken antilichamen gericht tegen virale structurele eiwitten in het bijzonder tegen envelopeiwitten (gp95 en gp41) en kerneiwitten (p24/p17). In zeldzame gevallen vindt er enkel en alleen een reactie tegen één viraal eiwit plaats. De meest gebruikte testen zijn momenteel gebaseerd op Immuun Fluoriscentie (IFA) en Enzym gebonden Immunologische testen (ELISA). De laatste testvorm wordt veelal gebruikt in de eerstelijns praktijk diagnostiek.
Indien een kat positief getest wordt betekent dit dat de kat geïnfecteerd is met het FIV. Er dienen echter een paar kanttekeningen geplaatst te worden. Een positieve uitslag in een gezonde kat heeft beperkte waarde gezien de lage prevalentie (frequentie van voorkomen) van dit virus onder gezonde katten (*1%). Een positieve uitslag bij een gezonde kat dient derhalve altijd te worden bevestigd bij voorkeur met een test gebaseerd op een ander testprincipe.

Op 6 februari 2004 kwamen bij EVL twee bloedmonsters binnen van de katten “Ketut” en “Chanel”. Deze waren met behulp van eerstelijns diagnostiek positief getest maar uiterlijk “gezond”. In ons laboratorium zijn daarna IFA, Immunoblot en “peptide scan” testen uitgevoerd.
Op basis van IFA testen kon geen eenduidige uitslag worden gegeven aangezien de sera veel niet specifieke plak vertoonden. Op basis van “peptide scan” en immunoblot kon de immuunrespons exact gedefinieerd worden. Uit de verkregen resultaten bleek dat er geen specifieke reacties meetbaar waren gericht tegen FIV eiwitten (TM /SU en NP) en kon gelukkig vastgesteld worden dat de dieren als negatief moesten worden beoordeeld.

Dit verschijnsel wordt enkele keren per jaar vastgesteld, voornamelijk bij gezonde katten en wordt een “vals positieve” reactie genoemd. Uit onderzoek is gebleken dat deze “vals positieve” reacties voornamelijk worden veroorzaakt door acute of recent doorgemaakte specifieke bacteriële infecties.

Deze vals positieve resultaten worden dus veroorzaakt door weinig voorkomende, bijkomstige omstandigheden die relatief makkelijk achteraf te identificeren zijn, gezien de lage prevalentie van FIV onder gezonde Nederlandse katten en niet aan het feit dat een eerstelijns diagnostische test niet goed of niet betrouwbaar zou zijn.

De betrouwbaarheid van diagnostische testen wordt bepaald door 4 parameters:
– Reproduceerbaarheid (het aantal keren dat een test wordt herhaald en hetzelfde resultaat geeft)
– Sensitiviteit (Percentage positief dat als positief wordt gemeten)
– Specificiteit (Percentage negatief dat als negatief wordt gemeten)
– Prevalentie (Percentage van de populatie die op een bepaald moment een bepaalde ziekte vertoont)

De betrouwbaarheid wordt daarom vaak samengevat in de positief voorspellende waarde (PPV) en de negatief voorspellende waarde (NPV). Bij de meeste in Nederland gebruikte testen liggen deze waarden respectievelijk boven de 92 % en de 99 % hetgeen als zeer betrouwbaar kan worden gezien.

Rob van Herwijnen
European Veterinary Laboratory (EVL)
Zaagmolenlaan 4
3447 GS Woerden
The Netherlands
Tel. +31 (0)348 412549 begin_of_the_skype_highlighting              +31 (0)348 412549      end_of_the_skype_highlighting
Fax. +31 (0)348 414626
Website: www.EVLonline.nl
E-mail: info@EVLonline.nl

“Unquote”

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.